Leviticus 19:33-34
Leviticus 19:33-34 Statenvertaling (Importantia edition) (STV)
En wanneer een vreemdeling bij u in uw land als vreemdeling verkeren zal, gij zult hem niet verdrukken. De vreemdeling, die als vreemdeling bij u verkeert, zal onder u zijn als een inboorling van ulieden; gij zult hem liefhebben als uzelven; want gij zijt vreemdeling geweest in Egypteland; Ik ben de HEERE, uw God!
Leviticus 19:33-34 Herziene Statenvertaling (HSV)
Wanneer een vreemdeling bij u in uw land verblijft, mag u hem niet uitbuiten. De vreemdeling die bij u verblijft, moet voor u zijn als een ingezetene onder u. U moet hem liefhebben als uzelf, want u bent zelf vreemdelingen geweest in het land Egypte. Ik ben de HEERE, uw God.
Leviticus 19:33-34 NBG-vertaling 1951 (NBG51)
En wanneer een vreemdeling bij u in uw land vertoeft, zult gij hem niet onderdrukken. Als een onder u geboren Israëliet zal u de vreemdeling gelden, die bij u vertoeft; gij zult hem liefhebben als uzelf, want gij zijt vreemdeling geweest in het land Egypte: Ik ben de HERE, uw God.
Leviticus 19:33-34 Het Boek (HTB)
Vreemdelingen in uw land mag u niet onderdrukken of uitbuiten. Zij moeten worden behandeld als iedere andere burger, houd van hen als van uzelf. Vergeet niet dat ook u zelf als vreemdelingen in Egypte hebt gewoond. Ik ben de HERE, uw God.
Leviticus 19:33-34 BasisBijbel, de bijbel in makkelijk Nederlands (BB)
Als er een vreemdeling bij jullie in het land komt wonen, dan mogen jullie hem niet slecht behandelen. Een vreemdeling moet net zo behandeld worden als een Israëliet. Jullie moeten net zoveel van hem houden als van jezelf. Want jullie zijn [ zelf ook ] vreemdelingen geweest in Egypte. Ik ben jullie Heer God.