Zoekresultaten
Psalmen 116:3 (HTB)
Toen de dood mij omknelde en de angst voor de dood mij aangreep, was ik wanhopig en vreselijk benauwd.
Handelingen 2:24 (HTB)
God, die dit voorzag, heeft Hem uit de greep van de dood bevrijd en weer levend gemaakt. De dood kon Hem niet vasthouden.
Spreuken 7:27 (HTB)
Haar huis leidt rechtstreeks naar de dood.
Spreuken 2:18 (HTB)
Want wat zij doet, leidt naar de dood.
1 Johannes 3:14 (HTB)
Als wij van elkaar houden, blijkt daaruit dat wij van de dood naar het leven zijn overgegaan. Maar wie niet liefheeft, blijft in de dood.
1 Korinthiërs 15:26 (HTB)
De laatste vijand die uitgeschakeld wordt, is de dood.
Romeinen 6:9 (HTB)
Wij zijn er zeker van dat Christus, nu Hij uit de dood is opgestaan, niet meer zal sterven. De dood heeft geen macht meer over Hem.
Filippenzen 3:11 (HTB)
om uiteindelijk te komen tot de opstanding uit de dood.
Spreuken 12:28 (HTB)
Gerechtigheid brengt leven, maar de zonde leidt tot de dood.
Openbaring 9:6 (HTB)
In die vijf maanden zullen de mensen de dood zoeken, maar hem niet kunnen vinden, zij zullen niets liever willen dan sterven, maar de dood zal van hen wegvluchten.
Spreuken 1:12 (HTB)
Wij maken hen af en jagen ze de dood in.
Numeri 35:28 (HTB)
De man had in de vrijstad moeten blijven tot de dood van de hogepriester. Maar na de dood van de hogepriester mag de man naar zijn huis en grond terugkeren.
1 Kronieken 1:47 (HTB)
Na de dood van Hadad, besteeg Samla uit Masreka de troon.
Job 18:13 (HTB)
Het onheil vreet aan zijn huid, de dood zal hem verslinden.
Job 24:19 (HTB)
De dood verteert zondaars, zoals hitte en droogte de sneeuw laten verdwijnen.
1 Korinthiërs 15:13 (HTB)
Als zij gelijk hebben, is Christus ook niet uit de dood teruggekomen.
2 Koningen 1:1 (HTB)
Na de dood van koning Achab verklaarde Moab zich onafhankelijk van Israël.
Job 40:8 (HTB)
Begraaf hen in het stof en laat de dood hun gezicht verstijven.
Romeinen 8:35 (HTB)
Wat kan ons ooit van de liefde van Christus scheiden? Onderdrukking? Nood? Vervolging? Honger? Ontbering? Gevaar? De dood?
Psalmen 18:5 (HTB)
Ik heb de dood in de ogen gezien, de nederlaag stond voor mij.
Job 11:20 (HTB)
Maar de goddelozen zullen niet kunnen ontsnappen, hun enige vooruitzicht is de dood.’
Handelingen 2:32 (HTB)
God heeft Jezus uit de dood laten opstaan, dat hebben wij allemaal gezien.
Leviticus 1:4 (HTB)
Hij moet zijn hand op de kop van het dier leggen. De dood van het dier geldt dan in plaats van de dood van de man die het offer brengt, als de straf voor zijn zonden.
Spreuken 11:19 (HTB)
Zo leidt de gerechtigheid naar het leven, terwijl de boosdoener zichzelf de dood injaagt.
2 Samuël 22:5 (HTB)
De golven van de dood omspoelden mij, stormvloeden van kwaad stortten zich op mij.