Prediker 6:7-12
Prediker 6:7-12 HSV
Al het zwoegen van de mens is voor zijn mond en toch wordt de begeerte niet vervuld. Wat heeft immers de wijze vóór op de dwaas? Wat baat het de arme dat hij weet met de levenden om te gaan? Beter is het zien van de ogen dan het gaan in de weg van de begeerte. Ook dat is vluchtig en najagen van wind. Wat iemand ook is, zijn naam is al genoemd. Het is bekend dat hij een mens is. Hij kan niet in het geding treden tegen Hem Die sterker is dan hij. Immers, hoe meer woorden er zijn, hoe meer vluchtigheid. Wat baat het de mens dan nog? Want wie weet wat goed is voor de mens in dit leven, tijdens het getal van de dagen van zijn vluchtige leven, die hij als een schaduw doorbrengt? Wie zal de mens bekendmaken wat er na hem zal zijn onder de zon?

